Bron: Kiesprogramma CD&V Keerbergen 2024.
Keerbergen
KIESPROGRAMMA 2024
Het vertrouwen in de politiek heeft de afgelopen jaren zware klappen gekregen, zelfs op lokaal niveau. Alsmaar minder burgers zijn er gerust in dat politici oprecht opkomen voor de hele gemeenschap, voor iedere mens.
Als christendemocraten voelen wij ons bijzonder aangesproken door die gevoelens. Want zonder het vertrouwen van de burgers staan we nergens als politici.
In de komende legislatuur wordt het één van de kernopdrachten van het gemeentebestuur en van de politieke partijen om dat vertrouwen te herstellen. Dat kunnen en zullen we doen door de Keerbergenaars veel meer te betrekken bij de politieke besluitvorming dan tot nu toe gebeurt. Adviesraden en individuele burgers moeten gerespecteerd worden als zij hun inbreng doen in een dossier dat hen aanbelangt. Meer nog: vooraleer politieke beslissingen genomen worden moeten de betrokken burgers volop de kans hebben gekregen om hun zeg te doen. Na de beslissing moeten de bestuurders ook uitleggen waarom een bepaald besluit genomen is, met alle afwegingen, de voors en tegens. De burger heeft recht op transparantie.
In een samenleving, ook op lokaal niveau, is het onmogelijk om elke individuele wens in te willigen. We leven met velen samen en moeten altijd rekening houden met de ander. Het is wel mogelijk om te zoeken naar de grootst mogelijke consensus. Daarvoor staat cd&v als centrumpartij: de partij die verbinding maakt tussen mensen, die de verschillende visies naast elkaar legt en respecteert en samen met de betrokkenen zoekt naar een oplossing waar zoveel mogelijk mensen zich kunnen in vinden. Onze christendemocratische waarden vormen daarbij onze leidraad: solidariteit, medemenselijkheid, aandacht voor élke mens, ook de zwakkeren.
Cd&v-Keerbergen heeft een lange geschiedenis van mee besturen in Keerbergen.
In al die jaren zijn zeer mooie zaken gerealiseerd waar we terecht trots op mogen zijn, samen met onze diverse coalitiepartners.
Maar de samenleving evolueert voortdurend. Zo ook onze gemeente.
We mogen niet op onze lauweren rusten maar moeten integendeel alert blijven voor de nieuwe noden en verzuchtingen. Daarom vernieuwt cd&v-Keerbergen ook van binnenuit, met nieuwe kandidaten die voortbouwen op de ervaring en kennis van hun voorgangers.
In het verlengde van het nationale en provinciale kiesprogramma zet cd&v-Keerbergen dan ook lokaal in op de creatie van een warme samenleving en een zorgzame gemeente waar de lokale dienstverlening aan de burger optimaal verloopt. (Verkeers)veiligheid -bij uitstek van de zwakke weggebruikers zoals de fietsers- en een duurzaam milieubeleid zijn ook belangrijke aandachtspunten.
Dit kiesprogramma is opgebouwd rond deze assen.
We gaan naar de kiezer met concrete en haalbare voorstellen voor de komende legislatuur.
Want alles kan altijd beter.
EEN WARME SAMENLEVING
Om samen te leven in een warme samenleving is het de opdracht van de bestuurders en uiteindelijk van elke burger om verbinding te realiseren tussen zoveel mogelijk inwoners van de gemeente. Elke mens telt, van elke generatie, van elke cultuur. Wij gaan voor ‘verbinding over culturen en generaties heen’.
In deze opdracht is een belangrijke rol weggelegd voor de (lokale) organisaties. Nu al vervullen zij die rol met brio. De vele organisaties en evenementen in onze gemeente brengen telkens weer mensen samen. Het is dus bijzonder belangrijk om dat zo te houden, te versterken, te stimuleren, te steunen.
WIJKWERKING
Cd&v-Keerbergen wil daarom in de komende legislatuur inzetten op een verdere uitbouw van de wijkwerking. Nu al bestaan in verschillende wijken initiatieven rond bijvoorbeeld woonveiligheid, de zogenaamde BINs (BuurtInformatieNetwerk). Maar er is nog veel meer mogelijk.
Wij willen de buurtwerking verder ontwikkelen. In het ideale scenario zou in elke wijk een wijkverantwoordelijke gekozen kunnen worden die het centrale aanspreekpunt wordt voor het gemeentebestuur voor dossiers die een bepaalde wijk aanbelangen. Geregelde bijeenkomsten op het niveau van de wijk versterken het gemeenschapsgevoel en maken het mogelijk om problemen en vragen die rijzen snel en afdoende aan te pakken. Op deze manier kan een snellere informatielijn ontstaan tussen de wijk en het gemeentebestuur op alle mogelijke terreinen: onderhoud van de publieke ruimte, veiligheid, sociale problematieken, enz. De wijk zou voor elke buurtbewoner een vertrouwde plek moeten zijn, waar ieder zich veilig en thuis voelt en weet waar hij/zij terecht kan als er eens iets fout loopt. Deze aanpak vergt een visie op de lange termijn en is zeer afhankelijk van de wil en de inzet van de wijkbewoners zelf. Het kan niet de bedoeling zijn om van bovenaf een bepaalde wijkwerking op te leggen. Wel om daarvoor vanuit het lokale bestuur de nodige ruimte aan te bieden en een positieve stimulans te geven. (Een concreet voorbeeld daarvan zijn de buurtfeesten die in de pre-coronatijd op vele plaatsen gehouden werden met tenten en andere accommodaties die de gemeente ter beschikking stelde.)
NIEUWKOMERS
Elk jaar vestigen zich naar schatting 800 nieuwkomers in ons gemeente. (Ongeveer evenveel mensen verlaten onze gemeenschap.) Hoe sneller de nieuwkomers de andere Keerbergenaars leren kennen, hoe aangenamer het samen-leven wordt.
Daarom moet er meer gebeuren dan de ‘Dag van de Nieuwkomers’ die nu al bestaat. Wij denken aan (bijvoorbeeld) een bustoer (of nog liever fietstoer) door het gemeente voor de nieuwe inwoners, zodat zij alle hoeken en kanten van hun nieuwe gemeenschap leren kennen. De bestaande organisaties en handelszaken kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Een dergelijk evenement komt er best minstens twee keer per jaar om zoveel mogelijk nieuwkomers te bereiken. Ook daarbij kan een goed functionerende wijkwerking een positieve rol spelen.
VERENIGINGSLEVEN
Om een samenleving warm en verbindend te maken en te houden spelen de lokale verenigingen een bijzonder belangrijke rol. Wij hebben het geluk dat in onze gemeente zovele vrijwilligers zich inzetten in zovele verenigingen op vele terreinen. We moeten hen koesteren en blijven steunen.
Daarom moet het gemeentebestuur alle initiatieven stimuleren die verbinding maken tussen verschillende generaties, diverse culturen en zelfs tussen de verenigingen zelf. Het middenveld en meer specifiek de eigen lokale verenigingen én het vrijwilligerswerk ondersteunen en stimuleren is een basisopdracht voor het lokale bestuur. Zonder hen kunnen we er nooit in slagen om een warme samenleving op te bouwen en te houden.
Enkele concrete ideeën.
-Een nieuwjaarsfeest bij de schaatsbaan waarbij de verenigingen zichzelf voorstellen.
-Een creatieve campagne om iedereen aan te moedigen om elkaar te groeten op straat: ‘Vrijdag = Goeiedagdag’.
-Een driemaandelijks nieuwsbriefje met lokale activiteiten en initiatieven, ‘Keerbergenaar in de kijker’, uitnodigingen … – zowel digitaal als fysiek. Dat kunnen ook wijkinitiatieven zijn (aperitiefmomentje, glühweinstand, optreden van een lokale muziekgroep, petanque- tornooitje …) onder het label ‘Wijken nodigen wijken uit’.
Soortgelijke initiatieven hebben vroeger bestaan of kennen een sluimerend bestaan. Het is de bedoeling om ze opnieuw te activeren en om te zetten in volgehouden en structureel beleid.
JEUGDWERKING
Het jeugdbeleid verdient extra aandacht.
Precies zoals andere specifieke doelgroepen moeten ook jongeren actief betrokken worden bij de beslissingen die hen aanbelangen. Zo moet het een beleidsregel blijven dat de Jeugdraad om advies gevraagd wordt vooraleer beslissingen die jongeren aanbelangen definitief genomen worden. Een beleidsbeslissing kan ook altijd herzien worden als in de praktijk blijkt dat de toepassing niet haalbaar is. Een open communicatie tussen het beleid en de jongeren en hun verenigingen blijft absoluut noodzakelijk.
Het principe moet zijn dat de jeugdverenigingen maximale steun krijgen voor hun activiteiten zodat hun werking gegarandeerd blijft. Het gaat dan bij uitstek om activiteiten die mensen verbinden, waardoor het gemeenschapsleven versterkt wordt. Een extra stimulans is mogelijk als die activiteiten verschillende generaties en culturen bereiken. De verenigingen moeten een ruime vrijheid hebben om een keuze te maken naar type activiteiten, zolang aan deze basisprincipes is voldaan. Een subsidieregeling gebaseerd op één bepaalde activiteit, zoals in het geval van het fuifcharter, blijkt veel te beperkend en moet vervangen worden door een subsidiëring op basis van hoger geschetste principes. Het jaarprogramma waarvoor een basissubsidie gegeven wordt moet ook getoetst worden aan hoger geschetste principes, uiteraard na een grondig overleg met de Jeugdraad.
Het gemeentebestuur heeft de opdracht om de jeugdverenigingen te steunen maar deze hebben ook de verantwoordelijkheid om met die steun en de ter beschikking gestelde accomodaties zorgzaam om te gaan. Zo verdient het onderhoud van de eigen lokalen extra aandacht.
Ook in het jeugdbeleid moet de goede samenwerking tussen de verschillende verenigingen verder gestimuleerd worden, waarbij elke organisatie zijn eigenheid behoudt.
SENIORENWERKING
Op een soortgelijke manier verdient ook de grote groep senioren in onze gemeente speciale aandacht.
Het gaat om een zeer diverse groep medeburgers met, afhankelijk van de leeftijd en de leefsituatie, zeer uiteenlopende noden. Vele 65-plussers blijven nog jarenlang actief, zowel professioneel als in hun vrije tijd. Anderen hebben al sneller nood aan specifieke ondersteuning. Het basisprincipe van het beleid moet zijn en blijven dat hulp, zorg en mantelzorg zo georganiseerd worden dat senioren die dat wensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Dat bevordert hun zelfstandigheid en zelfredzaamheid.
De doelstelling moet tevens zijn om eenieder te blijven betrekken bij het gemeenschapsleven, wat ook de individuele leefsituatie is. Dat is een opdracht voor de specifieke seniorenverenigingen maar ook voor het beleid dat (bijvoorbeeld) een cultureel en vrijetijdsaanbod moet verzorgen dat tegemoet komt aan de vragen vanuit deze groep. Idealiter brengt (een deel van) dit aanbod tegelijk de diverse generaties samen om zo de gemeenschap van alle Keerbergenaars te versterken.
Zeker voor de ouderen, maar eigenlijk voor alle burgers, is het belangrijk om te blijven bewegen, ook vlakbij huis. De lokale overheid moet zorg dragen voor de wandelwegen, rustplekken (banken) onderweg en openbare toiletten.
De concrete aanbevelingen dienaangaande in het memorandum van de Seniorenraad verdienen alle aandacht. Het nieuwe bestuur moet daarop concreet antwoorden en in overleg nagaan welke van de vele aanbevelingen prioritair en haalbaar zijn om in de loop van de volgende legislatuur gerealiseerd te worden.
BURGERPARTICIPATIE
Het principe van een verbindende warme samenleving is dat élke burger zich betrokken voelt en kan meepraten over de zaken die de gemeenschap aanbelangen. De term ‘burgerparticipatie’ vat deze manier van werken samen: de burger participeert mee in het beleid.
Het volstaat niet om af en toe over bepaalde projecten een enquête te houden. Echte burgerparticipatie gaat veel ruimer en dieper. De burgergemeenschap moet geregeld de kans krijgen om zich uit te spreken over de gang van zaken.
Cd&v-Keerbergen stelt daarom voor om bij het begin van de legislatuur een ruim
participatieproject te lanceren. In een ‘droom- en denkdag’ kunnen de participanten reflecteren over de toekomst van Keerbergen, wat zij belangrijk vinden en wat minder, waar onze gemeente heen zou moeten, wat de ideale leefomgeving zou zijn. Uit zo’n inspiratiedag kunnen richtinggevende voorstellen voortvloeien op vele terreinen: wonen, mobiliteit, milieu, zorg, … Het is niet de bedoeling om het werk van de bestaande adviesraden te doorkruisen, wel integendeel. Het gaat erom de gedachten over de toekomst van Keerbergen vrij te laten opborrelen, los van de concrete lopende dossiers, en vooral om na te denken over de lange termijn. Met een actieve gerichte rekrutering kunnen ook medeburgers aan het woord komen die geen deel uitmaken van de bestaande structuren en organisaties waardoor nieuwe en andere stemmen gehoord worden. Het is vervolgens aan het bestuur en de bevoegde adviesraden om zich te laten inspireren door wat er leeft bij de Keerbergse bevolking.
Idealiter komt er na enkele jaren een tweede algemene participatiedag om kritisch te reflecteren over het beleid dat de afgelopen jaren gevoerd is en zich af te vragen in welke mate tegemoet gekomen is aan de verzuchtingen die op de eerste dag, de ‘droom- en denkdag’, geformuleerd werden. Ook dit participatiemoment is niet beslissend maar inspirerend voor de beleidsmakers en de adviesraden.
INTERNATIONALE VERBINDING
Als christendemocraten staan wij voor het verbinden van mensen, ‘over generaties en culturen heen’.
De afgelopen decennia is de wereld kleiner geworden. We weten sneller dan ooit tevoren wat er elders in de wereld gebeurt en dat raakt ons: conflicten, oorlogen, natuurrampen …
Tegelijk is de wereld meer en meer in onze gemeente binnengekomen. Aanvankelijk waren de ‘vreemden’ de vakantiegangers uit Brussel, daarna welvarende families uit onze buurlanden die de rust en het groen opzochten, nu geleidelijk ook families uit zeer uiteenlopende culturen. Keerbergen kent (nog) lang niet de diversiteit van de centrumsteden maar is ook niet meer het eenvoudige Vlaamse dorp van een halve eeuw geleden, afgesloten van de ‘vreemde buitenwereld’.
Die evolutie brengt uitdagingen met zich mee. Het is aan het politieke bestuur om de geleidelijk toenemende diversiteit van onze gemeenschap in goede banen leiden. Dat kan zeker, als we daar aandacht voor hebben.
We mogen verwachten en zelfs eisen dat de nieuwkomers, van waar ze ook komen, onze taal leren en gebruiken en respect hebben voor onze tradities en gewoonten. Het is ook aan het bestuur om hen die kans te geven. Om werkelijk verbinding tot stand te brengen tussen mensen moet het lokaal bestuur meer doen dan de verplichte inburgeringscursussen aanbieden. Ook wie niet formeel verplicht is om (bijvoorbeeld) het Nederlands aan te leren heeft er baat bij om dat te doen om goede contacten te kunnen leggen met de buren, in de winkels, in de verenigingen.
Daarom pleiten wij voor nieuwe initiatieven op gemeentelijk niveau om anderstalige medeburgers samen te brengen met wie hier al langer woont om zo de feitelijke inburgering en dus integratie te bevorderen. Hoe beter mensen elkaar kennen, hoe beter het samenleven zal verlopen. Die initiatieven kunnen verschillende vormen aannemen: conversaties in het Nederlands, lezingen, culturele evenementen, samen sporten, enz. Het is ook van belang om nieuwkomers te stimuleren om zich te engageren in de bestaande verenigingen op welk terrein ook (cultureel, sport, sociaal, …).
Keerbergen heeft een traditie van internationale contacten. De eerste ereburger in 1955 was de mwami (koning) van Rwanda, destijds een mandaatgebied van België. Hij verbleef bijna altijd in onze gemeente als hij in België op bezoek was. Vele andere buitenlandse gasten kwamen in onze mooie natuur hun vakantie doorbrengen. Omgekeerd maakten en maken Keerbergenaars opmerkelijke carrières in het (verre) buitenland terwijl ze hun eigen gemeente nooit vergeten. Onze nieuwste ereburger Baron Peter Piot, wereldberoemd onder meer door zijn werk voor UNAids, is daarvan een sprekend voorbeeld.
We hebben als gemeente-in-de-wereld dus een verantwoordelijkheid om onze internationale relaties te onderhouden en dienstbaar te zijn voor de behoeftigen elders in de wereld. Dat gebeurt best door rechtstreekse relaties tussen Keerbergenaars en/of Keerbergse organisaties met initiatieven in landen waar onze hulp iets kan betekenen. Nu al kunnen lokale initiatieven een projectsubsidie ontvangen voor hun projecten in het buitenland. Cd&v wil deze internationale werking structureel en duurzaam verankeren.
Een commissie van deskundigen, die ongetwijfeld in onze gemeente aanwezig zijn, kan een selectie maken na een brede oproep om initiatieven voor te stellen die onze steun verdienen. Even belangrijk als de concrete steun is de relatie die zo zal ontstaan tussen onze gemeenschap en gemeenschappen elders ter wereld. Op die manier tonen we als welvarende Europese gemeente onze solidariteit met wie het moeilijk heeft in andere landen. Voor onze inwoners die zelf afkomstig zijn uit dergelijke landen betekent zulk
lokaal beleid van internationale samenwerking een extra motivatie om zich verbonden te voelen met onze lokale gemeenschap.
SAMENWERKING
Vanuit de bekommernis om het bestuur zo dicht mogelijk bij de burger te houden, is cd&v gekant tegen verplichte fusies van gemeenten. Wat specifiek Keerbergen betreft zien wij geen enkele reden om van dat standpunt af te wijken.
Wel zijn wij evident voorstander van structurele samenwerking met de buurgemeenten en andere bestuursinstanties, ook op provinciaal niveau, als die samenwerking een meerwaarde betekent voor elke partner. Dat gebeurt nu al op vele terreinen (politie, afvalverwerking, gemeentelijke diensten, …).
EEN ZORGZAME GEMEENTE
Het lokale beleidsniveau moet zo dicht staan bij elke burger als maar enigszins mogelijk. Het blijft een voortdurende uitdaging voor (lokale) bestuurders om de noden van de verschillende doelgroepen te kennen en er het gepaste antwoord op te geven. Een geslaagd sociaal beleid is altijd maatwerk. Het moet mee-evolueren met de samenleving die altijd in beweging is. Bestaande initiatieven mogen daarom geregeld weer in vraag gesteld worden, niet om ze per definitie te verwerpen, wel om na te gaan of ze nog wel beantwoorden aan de noden van vandaag. Het gemeentebestuur moet open staan voor nieuwe initiatieven en ideeën en constructief onderzoeken of die zinvol en haalbaar zijn. De Dienst Welzijn (het vroegere ‘OCMW’) is de spil waarrond alle initiatieven draaien.
Zo moeten we in deze tijden extra aandacht hebben voor de problematiek van eenzaamheid en van sociale en fysieke armoede die dikwijls verborgen blijven. De strijd tegen armoede mag niet beperkt blijven tot financiële armoede. Zelfs welvarende medeburgers kunnen lijden aan andere vormen van armoede waarvoor de gemeenschap aandacht moet hebben.
We streven ernaar om een pro-actief sociaal beleid te voeren, waarbij de betrokken persoon en zijn/haar familie altijd in zijn/haar waarde gelaten wordt. De drempel om de stap te zetten naar een vraag om hulp moet zo laag zijn als maar enigszins mogelijk. Een goed-functionerende wijkwerking (zie hoger) kan een belangrijke rol spelen bij het opsporen van verborgen vormen van armoede. Zonder opdringerig te zijn kunnen huisbezoeken daarbij een belangrijke rol spelen.
Ook één concreet meldpunt (zowel telefonisch, online als fysiek) voor sociale noden is een opdracht voor het lokaal bestuur. In principe bestaan er al manieren om de eigen sociale nood te melden bij de gemeentediensten maar die zijn nog te weinig laagdrempelig en soms zelfs te weinig bekend. Daarom moet onderzocht worden of de concentratie van alle sociale diensten in een ‘lokaal dienstencentrum’ (zoals dat in vele gemeenten al bestaat) niet de meest efficiënte aanpak is. Dan is het voor elke burger duidelijk waar hij/zij terecht kan met élke vraag naar zorg, op welk terrein ook.
Het ‘dienstencentrum’ is bijvoorbeeld ook bij uitstek de plaats waar eenieder met digitale noden terecht kan. Want (helaas) zijn vele diensten op Vlaams en federaal niveau (bijna) alleen nog op een digitale manier bereikbaar. Voor velen, zowel ouderen als jongeren, betekent dat een extra drempel om toegang te krijgen tot de zorg waarop zij recht hebben. In een ‘dienstencentrum’ kunnen zij dan altijd terecht. De leidinggevende ambtenaar van het dienstencentrum wordt zo het persoonlijke aanspreekpunt.
Een ‘lokaal dienstencentrum’ komt er niet in de plaats van de vele goede bestaande initiatieven en organisaties maar biedt hen juist een onderkomen en steun. Het middenveld doet nu al schitterend sociaal werk en verdient daarvoor de best mogelijke omkadering. Tegelijk krijgt de behoeftige burger een plek waar hij/zij altijd terecht kan. Punctuele initiatieven zoals een (wekelijks) sociaal restaurant kunnen de drempel verlagen om die plek te leren kennen en tegelijk al een eerste vorm zijn om de problematiek van vereenzaming aan te pakken.
WONINGNOOD
De nood aan woningen voor minder kapitaalkrachtige families moet zeer alert opgevolgd worden. De afgelopen decennia is dat afdoende gebeurd en die aanpak moet zeker vervolgd worden. Tegelijk moet gewaakt worden over de meest efficiënte bezetting van de voorhanden en nog geplande sociale woningen.
Maar ook op dit domein is een pro-actief beleid noodzakelijk. In een welvarende gemeente zoals Keerbergen is een wachtlijst voor een sociale woning voor wie daar echt recht op heeft een schande. Het is een prioriteit om die wachtlijst weg te werken.
De gemeente moet een regie-rol opnemen om snel en afdoend antwoord te geven op alle vragen over wonen. Dat kan in de vorm van een forum om ervaring en kennis uit te wisselen over (bijvoorbeeld) het omgaan met beschikbare grote woningen, het stimuleren van diverse woonvormen zoals co-housing, kangoeroewoning (zorgwoning), tiny (kleine) huizen, enz. Elke burger moet terecht kunnen bij één aanspreekpunt op lokaal niveau (virtueel en fysiek) als het over wonen gaat. In het geval van een lokaal dienstencentrum zal dit aanspreekpunt zich daar bevinden. Wij zien de opdracht voor het ‘Woonloket’ dus veel ruimer dan het nu gedefinieerd is.
Een specifiek beleid voor zorgbehoevende ouderen moet verder uitgebouwd worden. Het is dringend noodzakelijk om de nood aan assistentiewoningen in kaart te brengen en het beleid daarop af te stemmen.
KINDEROPVANG
We mogen trots zijn op de realisatie en de groei van de Buitenschoolse Kinderopvang Zandjanneke, nu al 25 jaar lang. Toch is het werk nog niet af en dat zal het nooit zijn. Want onze samenleving evolueert voortdurend en zo ook de nood aan kinderopvang.
De voor- en naschoolse kinderopvang in de hele gemeente moeten we grondig onder de loep nemen. Een betere coördinatie dringt zich op met, indien haalbaar, een gehele of gedeeltelijke opvang in de school zelf. Op die manier kunnen onnodige verplaatsingen van kinderen en ouders vermeden worden.
Wat de opvang van de allerkleinsten betreft (0 tot 3 jaar), moet het aantal inkomensgerelateerde (en gesubsidieerde) opvangplaatsen groeien bij onthaalouders en in crêches, mee met de vraag.
OUD EN JONG – ‘OVER GENERATIES HEEN’
Een samen-leving zal maar groeien en bloeien als eenieder zich erkend en gerespecteerd weet. Hoe beter mensen elkaar kennen, over de generaties heen, hoe aangenamer het samen-leven.
Daarvoor kan en moet ook het lokaal bestuur concrete initiatieven nemen.
Onze bevolking veroudert, ook in Keerbergen. Dat is een goede zaak. Het betekent dat we langer leven omdat de medische en sociale zorg alsmaar verder verbetert. Het brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Oudere mensen maken even goed deel uit van
onze gemeenschap als de jongeren. Persoonlijke contacten tussen kinderen en ouderen bevorderen het beter samen-leven, een leven lang. Want ‘oud is niet out’.
Daarom pleiten wij ervoor om de bestaande goede initiatieven die een brug slaan tussen de woonzorgcentra en de (lagere) scholen te verankeren en structureel te maken. Er moet een diepgaand overleg komen tussen alle scholen met de woonzorgcentra en de organisaties en diensten die ijveren voor het welzijn van de ouderen in onze gemeente, aangestuurd door de Seniorenraad. Op basis van hun adviezen kan het bestuur dan concrete maatregelen nemen om in het dagelijks leven jong en oud veel meer met elkaar te verbinden. Daarbij moet er zorg voor gedragen worden om niet te veel druk te leggen op de scholen en hen maximaal te ontlasten van bijkomende taken.
Wij pleiten er ook voor om bij het organiseren van culturele en andere activiteiten door de gemeentediensten alle generaties te bereiken. Initiatieven zoals de schaatsbaan, de Molenfeesten en andere zijn ideale gelegenheden om jong en oud samen te brengen. De bestaande initiatieven in die zin verdienen steun en verankering.
VRIJE TIJD, CULTUUR EN SPORT
Zorg dragen voor mensen betekent ook zorg dragen voor hun gezondheid en hun welbevinden.
De groene leefomgeving in ons gemeente is daarbij een belangrijke factor en hoogst kostbaar goed waarvoor we allen samen, en dus ook het bestuur, zorg moeten blijven dragen (zie verder).
Wat Cultuur betreft zijn de uitbouw van het Gemeenschapscentrum Den Bussel en de bibliotheek in de afgelopen tien jaar een realisatie waar we best trots op zijn. Maar ook hier kan het altijd beter. Zo beschikt onze gemeente bijvoorbeeld (nog) niet over een eigen muziekacademie, al zijn er ongetwijfeld vele oude en jonge Keerbergenaars die muzikale ambities hebben. In overleg met de bestaande fanfares moet het mogelijk zijn om deze lacune op te vullen. Daarvoor is een nauwe samenwerking aangewezen met een bestaande muziekacademie die een vestiging in Keerbergen kan onderbrengen. Daarvoor kijken we naar het Stedelijk Conservatorium Mechelen en de Academie Heist-op-den- Berg. Dit voorstel vereist verder onderzoek maar het principe van een eigen muziekopleiding in onze gemeente is zeker een aandachtspunt.
De afgelopen decennia is een sportinfrastructuur uitgebouwd waar we trots mogen op zijn. De zorg daarvoor en voortdurende verbetering is noodzakelijk. De duurzame renovatie van de zaal van de gemeenteschool waardoor de capaciteit van de sportvoorzieningen zal verhogen is prioritair. Zo ook moet de Finse piste beter onderhouden worden en staat een herinrichting van de parking nu al op het programma. Het sportbeleid kan veel meer dan nu het geval is inspanningen doen om alle generaties te bereiken, van zeer jong tot zeer oud. Want sportbeleving is niet alleen een kwestie van prestaties door de allersterksten, maar gaat ook om de gezondheid van de volledige bevolking. De organisaties die nu al hun werking richten op ‘sport voor iedereen’ verdienen extra ondersteuning, in de mate dat zij slagen in die doelstelling.
De speelpleinwerking zoals die nu uitgebouwd is mag zeker een succes genoemd worden en moet een zekerheid worden.
EENVOUDIG MAAR BETEKENISVOL
Een zorgzame gemeente zit ook in ogenschijnlijk kleine zaken.
De vele fietspaden, voetpaden, wandelpaden, parken en bossen vormen voor jong en oud een aangename en gezonde leefomgeving. We moeten die absoluut veel beter onderhouden en aanpassen aan de (soms specifieke) noden van de gebruikers. Zo moeten voetpaden altijd vlot toegankelijk zijn (of gemaakt worden) voor kinderkoetsen, rolstoelen en rollators. Vanzelfsprekend moeten oversteekplaatsen veilig en goed verlicht zijn.
Een bijzonder acute kwestie is de nood aan openbare toiletten, gratis en toegankelijk voor iedereen. Die moeten er komen in het dorpscentrum en verspreid over de gemeente op plaatsen waar geregeld veel passage is zoals in de wandelgebieden.
Openbare vuilbakken, niet geschikt voor huishoudelijk afval, zijn noodzakelijk om deze plekken netjes te houden.
Er moet voldoende aandacht gaan naar het onderhoud van de begraafplaats. Dit is een plek die voor vele mensen een speciale betekenis heeft of kan krijgen, maar ook een stilteplek waar eenieder zo gewenst een moment van rust kan vinden. Respect voor elke mens en elke ziel krijgt daar een extra betekenis. Voldoende onderhoud is dan ook noodzakelijk. De nieuwe voorschriften over de bestrijding van het onkruid maken het niet gemakkelijk voor de gemeentearbeiders. Agressieve middelen die de natuur schaden mogen terecht niet meer gebruikt worden. Het zou goed zijn dat de rustzoekende burger hierover geïnformeerd wordt zodat het harde werk van de groenarbeiders erkend wordt.
COMMUNICATIE
Als de zorg voor elke burger goed uitgebouwd is, dan moet diezelfde burger daarvan ook op de hoogte zijn. Goede communicatie tussen bestuur en burger is cruciaal. Op dat punt kan er nog veel verbeterd worden.
Essentieel is en blijft het persoonlijk contact.
Elke Keerbergenaar moet tijdens ruime openingsuren, ook deels in het weekend, terecht kunnen bij de gemeentediensten, bij één aanspreekpunt. Vanwege de complexiteit van sommige dossiers zal een doorverwijzing naar een bevoegde dienst of ambtenaar geregeld noodzakelijk zijn maar het is niet aan de burger om dat uit te zoeken, wel aan die contactpersoon.
De informatie moet niet alleen digitaal maar ook fysiek bereikbaar zijn en blijven. Het is geen overbodige luxe om (bijvoorbeeld) tweejaarlijks een lokale informatiegids uit te geven die bezorgd wordt aan elk postadres. Wijzigingen kunnen in de loop van die twee jaar wel op digitale wijze gebeuren behalve belangrijke zaken die eventueel in een tussentijdse uitgave kunnen opgenomen worden.
Iedere burger moet op eenvoudige manier kunnen communiceren met zijn bestuur, bijvoorbeeld naar het model van het ‘meldstrookje’ (zoals dat vroeger bestaan heeft), naast de evidente digitale en telefonische kanalen. Een speciale brievenbus buiten aan het gemeentehuis kan de Keerbergenaars stimuleren om alles te melden wat zij wensen. Het bestuur moet zich ertoe verbinden om binnen een bepaalde tijdspanne (bijvoorbeeld twee werkdagen) te reageren op elke binnengekomen melding.
Deze dienstverlening behoort ook tot het noodzakelijke pakket om de zorg voor de burger te verbeteren en om het vertrouwen in het bestuur te herstellen.
GOEDE DIENSTVERLENING
Het basisprincipe moet zijn en blijven dat de overheid altijd ten dienste staat van de burger en zijn initiatieven (verenigingen, bedrijven, …).
De dienstverlening moet aangepast zijn aan de wensen en noden van de bevolking, op
alle terreinen, en moet absoluut laagdrempelig zijn. Daarom is het onaanvaardbaar als bepaalde diensten (zo goed als) uitsluitend via digitale weg bereikbaar zijn. De moderne communicatiemiddelen bieden zeker de noodzakelijke ondersteuning bij de dienstverlening maar altijd moet een rechtstreeks en persoonlijk contact aangeboden blijven tussen de overheidsdiensten en de burgers.
Ook in onze gemeente zijn belangrijke verbeteringen mogelijk op dat vlak.
Enkele concrete voorstellen:
ruimere openingstijden van de onthaalbalie, ook in de (voor)avond en op zaterdag(voormiddag)
betere telefonische bereikbaarheid
altijd een alternatief voor een digitaal contact
op vaste uren (eventueel na afspraak): persoonlijke assistentie bij het invullen van digitale formulieren, ook van bovenlokale instanties
één aanspreekpunt voor klachten/opmerkingen over de dienstverlening van de gemeente (kwaliteitsverantwoordelijke, ombudsman) die op eenvoudige manier bereikbaar is (telefonisch, fysiek, digitaal, schriftelijk).
De dienstverlening aan de burger moet ook optimaal blijven als die verleend wordt door privé-ondernemingen zoals banken en mutualiteiten. Het lokale bestuur moet er bijvoorbeeld op toe zien dat er voldoende bankautomaten beschikbaar blijven. Ook de kleinhandel moet welkom blijven. Op dit ogenblik is de dreiging nog niet groot dat de handel zou verdwijnen uit het vernieuwde dorpscentrum, wat in sommige andere gemeenten in Vlaanderen wel het geval is. Maar het bestuur moet wel bijzonder alert blijven om een dergelijke dreiging op tijd af te wenden.
LOKALE ECONOMIE
Een gunstig investeringsklimaat voor de kleinhandel en dienstverlenende ondernemingen (zoals de horeca) moet gehandhaafd en zo mogelijk nog verder verbeterd worden, in nauw overleg met de lokale economische actoren.
De pas afgewerkte herinrichting van het dorpscentrum is een belangrijke verwezenlijking en een stimulans voor de lokale ondernemers op die plaats. Het kader is nu aanwezig en geschikt om met evenementen en andere initiatieven de lokale economie te ondersteunen. Het gemeentebestuur moet dergelijke acties stimuleren en steunen, altijd in overleg met de betrokken economische actoren. Het mooie centrum moet ook een levend centrum worden. Daarbij moet gestreefd worden naar samenwerking over de gemeentegrenzen heen om een ruimer publiek aan te trekken. Zo zou (bijvoorbeeld) een evenement rond lokale producten kunnen plaats vinden op het dorpsplein waarvoor ook standhouders uit de omliggende gemeenten aangetrokken worden.
Elke leegstand moet voorkomen worden. De reglementen daarvoor bestaan maar moeten goed opgevolgd worden.
Het is een duidelijke keuze om geen (zware) industrie aan te trekken voor onze gemeente. De beschikbare ruimte en de uitdrukkelijke wens om het groene karakter te behouden laten dat niet toe. Toch moet er veel ruimte blijven voor lokale ondernemers
op vele andere terreinen (constructie, onderhoud, dienstverlening, intellectuele beroepen,
…).
Voor de startende ondernemingen moet de gemeente eerst en vooral een regie-rol opnemen. Op de andere bestuursniveaus bestaan al vele mogelijkheden om steun te krijgen als starter en ook later. Het is aan de gemeente om de betrokkenen op deskundige manier door te verwijzen en te begeleiden bij het verwerven van die steun. Dat geldt ook voor initiatieven rond hernieuwbare energie. De gemeente moet er zich voor hoeden om taken op zich te nemen die elders al uitgevoerd worden maar moet de belangstellenden wel deskundig doorverwijzen naar de bestaande initiatieven op andere bestuursniveaus.
(VERKEERS)VEILIGHEID
Een veilige leefomgeving is een prioritaire opdracht voor elk openbaar bestuur, ook het lokale.
In een relatief rustig gemeente als Keerbergen, ver van de grootsteden. De BIN’s (zie hoger) spelen al een belangrijke rol bij de inbraakpreventie. De rol van de politie en meer specifiek de wijkagent blijft belangrijk.
Wat de verkeersveiligheid betreft zijn de afgelopen decennia beleidslijnen gevolgd die op vele plaatsen geleid hebben tot een voldoende veilige combinatie van de verschillende verkeersvormen: auto, fiets, te voet. Toch zijn er nog belangrijke punten van verbetering mogelijk en sommige zelfs heel dringend.
Een aantal knelpunten in het uitgebreide netwerk van fietspaden op het grondgebied moeten zeer dringend aangepakt worden. Zo zijn de fietspaden langs de drukste invalswegen (Mechelsebaan, Haachtsebaan, Putsebaan, Oude Putsebaan, e.a.) op vele plaatsen niet voldoende veilig en zeker niet comfortabel. Dikwijls is dit een structureel probleem (onvoldoende afgescheiden fietspaden, gevaarlijke ‘varkensruggen’, problematiek van rooilijnen, …), elders gaat het om het onderhoud waarbij ook de aanpalende eigenaars een verantwoordelijkheid dragen (overhangende takken, vervuiling,
…). Alle verantwoordelijken moeten kordaat gewezen worden op hun plichten, met de mogelijkheid om hen te sanctioneren bij onwil.
Hoe dan ook moet de globale situatie van het fietsverkeer snel en grondig in kaart gebracht worden om de zwaarste knelpunten zo snel mogelijk aan te pakken met waar mogelijk en financieel haalbaar structurele ingrepen (afgescheiden fietspaden). Daarbij moet het toenemende fietsverkeer gemeten worden om te onderzoeken of de bestaande infrastructuur wel voldoende afgestemd is op die toename en of meer ingrijpende maatregelen al dan niet aangewezen zijn. Zo kan onderzocht worden of aparte fietspaden, los van de autowegen, een alternatief kunnen vormen om een veilig fietsverkeer mogelijk te maken.
Op een soortgelijke manier is het noodzakelijk om het netwerk van voetpaden grondig te onderzoeken en te toetsen aan de vereisten van vandaag. Zijn zij voldoende aangepast voor gebruikers van een rolstoel of een rollator? Zijn zij voldoende afgescheiden van andere weggebruikers (auto, fiets, motorfiets, …) waardoor de voetganger zich altijd veilig kan bewegen? Zijn de oversteekplaatsen veilig wat signalisatie en verlichting betreft?
Het doorgaand zwaar verkeer moet maximaal geweerd worden uit onze gemeente. Daarvoor zijn specifieke maatregelen mogelijk.
Onze gemeente kent nog heel wat zandwegen. Vele bewoners op die plaatsen koesteren die situatie omdat zo het sluipverkeer afgeremd wordt en het landelijk karakter behouden blijft. Maar dergelijke wegen vragen een heel specifiek en voortdurend onderhoud, zeker als bij bouwwerken zwaar verkeer er toch tijdelijk gebruik van maakt.
Het bestuur moet de zorg van de bewoners hierover ernstig nemen en eventuele klachten snel opvolgen.
Een lokaal bestuur heeft weinig mogelijkheden om mee het beleid van het openbaar vervoer (De Lijn) te bepalen. Dit is een absoluut pijnpunt. Nog meer dan nu al gebeurt moet het bestuur druk uitoefenen op De Lijn om verbindingen te verzekeren waar de Keerbergenaars om vragen. Een publieksonderzoek naar de wensen van de bewoners op dit vlak kan daarbij helpen. Zo is het onbegrijpelijk dat er geen rechtstreekse busverbinding bestaat met de provinciehoofdstad (Leuven), terwijl het gaat om het doortrekken van een of meer bestaande lijnen (Tremelo en/of Haacht) over een relatief korte afstand.
Het lijken details maar het is belangrijk voor de dienstensector: de nood aan tweezijdige straatnaamborden en duidelijke huisnummers.
MILIEU EN KLIMAAT
We hebben het voorrecht om in een groene gemeente te wonen. Dat willen we zo houden. Het lokale beleid van de afgelopen decennia heeft al goede resultaten opgeleverd voor onze leefomgeving en het klimaat: zo is de openbare verlichting overgeschakeld naar led-verlichting, worden de bossen, natuurgebieden en parken goed onderhouden, verloopt de afvalverwerking efficiënt en bestaat er een degelijk reglement wat kapvergunningen en heraanplantingen betreft.
Toch kan en moet het altijd beter.
De Milieuadviesraad wijst terecht op een aantal pijnpunten die prioritair aangepakt moeten worden.
Zo blijven er geregeld klachten komen van burgers over het bomenbeheer en het noodzakelijke behoud van waardevolle bomen in woonzones. Een onderzoek dringt zich op of het huidige kapreglement inclusief het toezicht op heraanplanting nog wel volstaan nu de druk op de open ruimte alsmaar toeneemt. Het toezicht op het behoud van het boskarakter van onze gemeente en op het correct naleven van de stedenbouwkundige voorschriften in de woonparkzones moet correct en streng gebeuren. Het aantal klachten hierover wijst erop dat hierover ongerustheid heerst bij de bevolking. Het beleid moet die zorg ernstig nemen en opvolgen. In een nieuw bestuursakkoord mag een engagement voor de handhaving van het groene karakter van onze gemeente en van de gezonde natuurlijke leefomgeving niet ontbreken. Dat geldt niet alleen voor de terecht strenge voorschriften wat de privé-eigendommen betreft, maar ook voor de openbare ruimte. Vele Keerbergenaars genieten het voorrecht om in een open groene ruimte te kunnen wonen en zijn terecht verplicht om die leefomgeving te respecteren en te bewaren. Veel meer anderen hebben die luxe niet en moeten terecht kunnen op publieke plaatsen (park, natuurgebied, wandelwegen, …) om rust te vinden in het groen. De gemeenschap, dus ook het bestuur, moet de grootst mogelijke zorg dragen voor die publieke ruimte.
Volgens diezelfde filosofie van het bewaken van het groene karakter van de gemeente moet er grote zorg besteed worden aan de laanbomen langs belangrijke doorgangswegen en de heraanplanting van bomen op openbaar domein en op overhoeken in woonstraten. Dat geldt ook voor het ingroenen van (onder meer) sociale woonwijken, schoolspeelplaatsen en zorginstellingen. Ook pleiten wij ervoor om de boscomplexen uit te breiden en duurzaam te beheren (onder meer het Piervensbos en het Geboortebos).
Wat het recreatieve gebruik van deze groene leefomgeving betreft moet meer aandacht gaan naar het herstellen en beheren van het netwerk Trage Wegen. De tracés vastleggen, bijkomende tracés verwerven en landschappelijk inrichten met kleine landschapselementen: het is een opdracht voor de komende jaren.
Wat het afvalbeheer betreft blijven de zwerfvuilcampagnes erg belangrijk, bij voorkeur op wijkniveau. Dergelijke initiatieven bevorderen trouwens ook het gemeenschapsleven door samen aan hetzelfde doel te werken.
Wat de lichthinder betreft moeten onder meer sportfaciliteiten zich ertoe verbinden om maximaal lichten te doven, zodra de activiteiten gestopt zijn.
Nog meer ter bevordering van een beter klimaat dringt de noodzaak zich op om de (publieke) oplaadvoorzieningen voor elektrische wagens, elektrische fietsen en deelwagens verder uit te bouwen, in functie van de vraag.
Het toegenomen fietsgebruik kunnen we alleen maar toejuichen. Het verplicht het bestuur wel om pro-actief na te gaan of de huidige verkeersinrichting daarvoor wel volstaat. Er moet een globaal mobiliteitsplan komen dat rekening houdt met de voorspelbare verdere groei van het aantal gebruikers van (elektrische) fietsen.
Wat de luchtkwaliteit betreft moet het lokaal bestuur veel meer doen om de bevolking te sensibiliseren voor een duurzame houtverbranding. Wij stellen voor om subsidies toe te kennen en/of een samenaankoop te organiseren voor luchtfilters bij houtverbranding.
Wat het watergebruik betreft moet er meer sensibilisering komen voor particuliere ontharding en voor het verstandig opvangen en gebruiken van het hemelwater door onder meer infiltratie van opritten, terrassen en daken.
Een milieu- en klimaatbeleid is maar zo goed als zijn handhaving. Daarom is het noodzakelijk om gemeentelijke toezichthouders aan te stellen voor (onder meer) het toezicht op de zwerfvuilproblematiek, op het kapreglement, de verplichte heraanplantingen, enz.
CONCLUSIE
Cd&v-Keerbergen legt aan de kiezer een ambitieus maar realistisch kiesprogramma voor. Wij zijn ervan overtuigd dat een gemotiveerd bestuur in de loop van de komende zes jaar een groot deel van deze beleidslijnen in de praktijk kan omzetten. Het gaat niet om extra uitgaven, wel om de keuze waarvoor het geld van de burger best gebruikt wordt.
Dat is in ieder geval voor alles wat het goede samen-leven bevordert, in een warme samenleving waar ieder van ons zich fijn en geborgen voelt, waar we zorgen voor elkaar en zeker voor wie het even of wat langer moeilijk heeft, op welk vlak ook.
Want iedere mens verdient respect. Daarvoor staat cd&v-Keerbergen.
Keerbergen, 20 september 2024